Opfok.
Tijdens het 's zomers weiden en 's winters huisvesten van onze eigen jonge paarden en fokmerries vullen wij onze overcapaciteit aan door zomer -en winterpension te bieden aan derden. Bij beweiding en inscharing zijn wij gebonden aan een maximale bezetting van 3 paarden per hectare. Dit in verband met de ecologische status van ons grasland. Om u een idee te geven vindt u hieronder een beschrijving van onze opfokmethode.
Veulens.
De dragende merries veulenen af in een speciale merriebox, waarna ze met veulen de wei op gaan. De veulens worden gespeend tussen de vierde en vijfde maand en worden gehuisvest in groepen van vier stuks, hierdoor hechten zij aan elkaar en wordt de eerste 'rangorde' bepaald. Tijdens deze periode van twee weken is er een goede controle van de individuele voeropname mogelijk. Na deze twee weken worden de verschillende koppels bij elkaar gevoegd in de loopstal waar ze een gemiddelde oppervlakte van 7 m². Hiernaast krijgen ze regelmatig uitloop op de wei zolang de weersomstandigheden dit toelaten. Er wordt 3 kilo krachtvoer en onbeperkt voordroog gevoerd, de entingen en ontwormingen vinden op tijd plaats en worden net als eventuele bekappingskosten doorberekend.
Enters (jaarlingen).
In maart worden de hengsten en de merries gescheiden van elkaar. Op 1 mei gaan de inmiddels jaarling geworden veulens in de gescheiden koppels de wei weer in. De percelen zijn afgerasterd met paardvriendelijke materialen en omrand door sloten waardoor de verschillende koppels doeltreffend en veilig uit elkaar worden gehouden.
In de herfst gaan de verschillende koppels weer terug naar de loopstallen, dit gebeurt rond 1 november afhankelijk van de weersomstandigheden. Er wordt 2 kilo krachtvoer, onbeperkt voordroog en 5 kilo bieten gevoerd. Ze krijgen weer regelmatig uitloop op de wei en worden tijdig voorzien van entingen en ontwormingen en eventuele bekappingen.
>> volgende pagina